Palatino - Roma

Gebouwen en monumenten

Zoals eerder vermeld, staat de Palatijn vol met majestueuze gebouwen, werken en monumenten uit verschillende perioden van de Romeinse geschiedenis. Enkele van de meest oude en relevante zijn vermeld in het historische gedeelte van dit artikel en zullen hieronder nader worden toegelicht.

Palatijnse hutten

Tijdens opgravingen onder leiding van Dante Vaglieri in 1907, werden er fundamenten van drie hutten ontdekt. Deze waren deels in grond en deels in zacht tufsteen verborgen. In 1948 werden ze systematischer opgegraven en geregistreerd.

De overblijfselen bestaan uit paalgaten, muursleuven en afwateringsgoten die drie kleine structuren afbakenen. De best gedocumenteerde was een langwerpige hut van 4,9 m bij 3,6 m. De hoofdmuren waren gebouwd met zeven palen: vier voor de hoeken en drie op middenposities. Ook was er een kleine veranda voor de deur, gevormd door nog twee palen. In het midden van de hut bevond zich een haard. Deze hut wordt ook wel Casa Romuli of de Hut van Romulus genoemd.

De Palatijnse hutten zijn vergelijkbaar met andere hutten uit de 9e-7e eeuw v.Chr. die elders in Rome en op andere Latijnse plaatsen zijn gevonden. Op basis van dit bewijsmateriaal is het dan ook waarschijnlijk dat de hutten schuine rieten daken hadden en muren van modder, stro en riet.

Lupercal

Dit is een grot op de zuidwestelijke helling van de Palatijn waar later een heiligdom werd opgericht en de Romeinen de god Luperco vereerden.

Gelegen bij de muren van het paleis van Aurelius, tussen de Tempel van Apollo en de Basiliek van St. Anastasia, ter hoogte van het Circus Maximus, is de grot 16 meter diep, 9 meter hoog en 7,5 meter in diameter.

Men denkt dat dit de plaats is waar de broers Romulus en Remus werden gevonden door de wolvin, zoals verderop beschreven in Weetjes over de Palatijn. Volgens oude bronnen was de plaats omgeven door een bos van vijgenbomen, maar in de Augusteïsche periode bleven alleen de overblijfselen van een enkele boom bij de Lupercal over.

Trap van Cacus

De Scalae Caci of trappen van Cacus (de reusachtige tegenstander van Hercules) verbonden vóór de keizertijd de Palatijn met het Forum Boarium via een poort genaamd Porta Scalae Caci, een vierkante toegangspoort tot Rome.

De Porta Scalae Caci was een van de drie of vier ingangen (sommigen zeggen zelfs meer) die uitkwamen in het door Romulus gestichte Roma Quadrata, waar de oorspronkelijke Romeinse stadsmuur omheen stond.

Naar verluidt begon Cassius Longinus (magistraat in 174, consul in 171 en censor in 154 v.Chr.) met de bouw van een theater. De Senaat verhinderde hem dit echter omdat het geen geschikte plaats was voor de ruige Romeinen, die zich alleen met oorlog en niet met vermaak of literatuur moesten bezighouden.

Zo werd het theater verwoest, en de resten bleven achter in de buurt van waar de Palatijnse hutten stonden. Naast de overblijfselen, die dateren uit 154 v.Chr., bevinden zich ook de ruïnes van de Scalae Caci.

Tempel van Apollo Palatinus

Apollo (de god van de zon) werd door Augustus (Octavianus) de bouw van een tempel beloofd, indien hij de overwinning op Nauloco zou behalen in de belangrijke veldslag tegen Sextus Pompeius in 36 v. Chr.

De tempel van Apollo werd gebouwd op de plaats waar de bliksem insloeg op het landgoed van Augustus op de Palatijn, een gebeurtenis die volgens de traditie van die tijd als een goddelijk teken werd opgevat.

De tempel werd ingehuldigd op 9 oktober 28 v.C., 6 jaar nadat de gelofte was afgelegd, maar de bouw had enige tijd geduurd. Augustus bouwde nog andere tempels op de Palatijn, maar de belangrijkste en mooiste was toch wel de Tempel van Apollo (Templum Apollinis). De bouw van deze laatste werd ook een gelegenheid om de overwinning bij Actium op Marcus Antonius te vieren.

In de tempel en de nabijgelegen bibliotheek kwam de Romeinse Senaat tijdens de keizertijd vaak bijeen. Het gebouw werd op 19 maart 363 door een brand verwoest, maar dankzij de inspanningen van reddingswerkers konden de profetieën binnenin worden gered.

Het terrein waarop de tempel werd gebouwd maakte deel uit van het gebied waar het Huis van Augustus stond en op zijn kosten was verworven. Het koninklijk paleis was met het terras van het heiligdom verbonden door met fresco’s versierde gangen, volgens Hellenistische koninklijke gebruiken, waarbij de dynastie met de goden verbonden was.

Porticus van de Danaïden

De tempel was omgeven door een portiek, bekend als de Porticus van de Danaïden, met zuilen van Numidisch geel marmer, vijftig beelden van de dochters van Danaos (een figuur uit de Griekse mythologie), 50 ruiterstandbeelden van hun echtgenoten en een beeld van Danaos met getrokken zwaard.

Voor de tempel stond een altaar, geflankeerd door bronzen beelden van de ossen van Myron en een enorm marmeren beeld van Apollo (wat blijkbaar niet het cultusbeeld is), geplaatst op een sokkel versierd met rostrums. Verder stond de tempel op een verhoging van 24 bij 45 meter.

De aangrenzende bibliotheek, bibliotheca ad Apollinis, bestond volgens de Forma Urbis Severiana uit twee apside zalen, waarvan de muren versierd waren met een zuilenorde. Van de Tempel van Apollo is niet veel meer over. De fundering van het podium, een deel van de kroonlijst, een Korintisch kapiteel en een klein deel van de zuilen zijn nog te bewonderen op de Palatijn.

Tempel van de Magna Mater (Cybele)

De onfortuinlijke periode van de Tweede Punische Oorlog had bij de Romeinen het gevoel doen ontstaan dat zij door de goden werden vervolgd. Onder de diverse pogingen om de goddelijke genade te herwinnen, valt de introductie van de cultus van de Grote Moeder (Magna Mater), Cybele, in 204 v. Chr.

Om Rome te redden was in feite de bescherming nodig van een oude mediterrane godin, de Magna Mater waarvan een belangrijke tempel bestond in Pessinunte, in het noorden van Klein-Azië, ook bekend als De Zwarte Steen. In feite was het simulacrum een donker en kegelvormig gesteente, waarschijnlijk een meteoriet.

De tempel van Magna Mater (of Cybele) werd vervolgens gebouwd op de Palatijn vanaf 204 v.Chr. en ingehuldigd op 11 april 191 v.Chr. Voor de viering werd het startschot gegeven voor de Ludi Megalensi, een festival ter ere van Cybele. De cultus werd in 160 n.Chr. officieel afgekondigd in het Romeinse Rijk.

De ruïnes van de tempel werden teruggevonden tussen de archaïsche hutten en de Domus Tiberiana, in de buurt van het Huis van Augustus: hier werd ook het beeld van de godin gevonden en de inscriptie die aan haar was gewijd op de rechterzijde van de gevel.

Tempel van Elagabal

Aan de oostkant van de Palatijn bevindt zich een groot, gemetseld terras. In het midden hiervan zijn de resten gevonden van de tempel van Elagabel, die uitkeek op de Via Sacra en de tempel van Venus.

De tempel werd gebouwd in opdracht van keizer Heliogabalus, een keizer uit Syrië die tevens priester was van de zonnegod El Gebal. Nadat hij op jonge leeftijd aan de macht was gekomen in Rome, liet hij zijn zonnegod promoveren onder de Latijnse naam Deus Sol Invictus en gaf hij de opdracht om een tempel in zijn eer te laten bouwen.

Het schijnt dat de tempel een fusie van de Romeinse en Oosterse cultuur tot uiting bracht door middel van grandioze architectuur, zuilen en trappen van gekleurd marmer, prachtige beelden, bogen, kroonlijsten en kapitelen.

Van binnen was het versierd met geschilderde tapijten en kussens, sluiers van oosterse zijde, vergulde bronzen vuurpotten en albasten vazen gevuld met water en drijvende rozenblaadjes.

Tempel van Juno Sospita

Deze tempel werd gebouwd ter ere van de Romeinse godin Juno, de heerseres van de hemelen (vrouw van Jupiter en moeder van Mars en Vulcanus). De cultus voor Juno was afkomstig uit de Latijnse plaats Lanuvium, waarvan de inwoners in 338 n.Chr. het Romeinse burgerrecht kregen. Zo namen de Romeinen de verering van Juno over en werd de eerste tempel gebouwd op de Palatijn, die drie cellen moet hebben gehad en twee rijen met zuilen in de pronaos.

Het gebouw heeft waarschijnlijk naast de Tempel van Magna Mater gestaan, waar restanten van een oude tempel zijn opgegraven en ook een antefix met het hoofd van Juno is opgegraven. De tweede tempel voor Juno Sospita stond op het Forum Holitorium.

Tempel van de Overwinning

De Tempel van de Overwinning werd gebouwd aan de zuidwestzijde van de Palatijn, gewijd aan de Romeinse godin Victoria en grenzend aan de tempel van de Magna Mater. Deze godin schijnt te verwijzen naar de Griekse godin van de Overwinning, Nikè.

De tempel had waarschijnlijk Griekse invloeden en dateert uit de 8e eeuw v. Chr., van vóór de stichting van Rome. Het was gemaakt van zongedroogde bakstenen van klei, met structurele houten balken ter ondersteuning en een houten kromgetrokken dak met steil aflopende hellingen.

Volgens de legende schijnt het gebouwd te zijn door Evander (mythologisch personage), daarna verbouwd, of vanaf nul opgebouwd door Lucius Postumius Megellus, generaal en Romeins politicus, met het geld van de boetes die hij tijdens zijn diensttijd had opgelegd. De tempel werd aan de godin Victoria gewijd op 1 augustus 294 v.Chr., het jaar waarin hij consul was.

De tempel werd vervolgens gerestaureerd in de late Republiek of in de eerste Augusteïsche tijd, mogelijk voor de brand van 3 n.Chr., en later door Caligula.

Huis van Augustus

Augustus werd op de Palatijn geboren en koos deze vanaf het begin van zijn politieke carrière als residentie. Dit feit was beslissend voor de toekomst van de heuvel, want sindsdien werd het een gewoonte dat ook andere keizers op de Palatijn woonden.

Hij kocht het huis van de redenaar Hortensius, gelegen naast het zogenaamde Huis van Romulus dat volgens de overlevering in 31 v.Chr. nog bestond. Hij breidde het later uit door aangrenzende huizen te kopen en woonde er, zonder er een echt paleis van te maken. De bouw ervan was het resultaat van een samenvoeging van verschillende huizen, waaronder dat van Caio Lutazio Catulo.

Het Huis van Augustus werd gebouwd in 36 v. Chr., kort na de overwinning op de Siciliaanse gebieden die de keizer had behaald met Sextus, de zoon van Pompeius. In de loop van de tijd onderging de residentie talrijke veranderingen, zodat zij andere functies kon vervullen dan de oorspronkelijke.

Als we de reconstructie van de plattegrond van de Domus Augusti bekijken, zien we in het midden een atrium, in het linkerdeel een privé residentie, en rechts een publiekelijk deel. Opmerkelijk is een belangrijke toevoeging van Augustus: hij nam het heiligdom van de Lupercal in zijn huis op.

De keizer bleef hier tot zijn dood wonen en na een blikseminslag in het jaar 3, werd een gedeelte van de woning omgebouwd tot tempel van Apollo. De kamers van het huis waren versierd met fresco’s waarvan grote delen vandaag de dag intact zijn gebleven. Het complex was in totaal 12.000 m2 groot en telde twee verdiepingen.

Huis van Livia

Het Huis van Livia bevindt zich in de buurt van de Tempel van de Magna Mater, aan de westkant van de heuvel. Het werd ontdekt in 1863 en is een van de weinige republikeinse huizen die nog op de Palatijn staan.

De toeschrijving van het huis aan Livia Drusilla, de echtgenote van Augustus, dateert van de eerste opgravingen die Pietro Rosa in opdracht van Napoleon III uitvoerde. Verder schijnt het een bijgebouw te zijn geweest van het Huis van Augustus, waarmee het verbonden was.

In de villa zijn de muren beschilderd met zonnige landschappen en prachtige flora en fauna. De eerste opgravingen van de site dateren van 1863-1864, toen het standbeeld van Augustus van Prima Porta werd ontdekt (tegenwoordig in de Vaticaanse Musea te vinden) en enkele ondergrondse kamers, zoals het beroemde hypogeum met tuinfresco’s.

In 1944 beschadigde een bom de ondergrondse zaal, die ook door de militairen als schuilplaats werd gebruikt. Na de oorlog werd besloten de kostbare schilderingen te verwijderen (1951) en over te brengen naar het Nationaal Romeins Museum, waar ze nu nog te vinden zijn.

Domus Tiberiana

De Domus Tiberiana of het Huis van Tiberius was het eerste echte keizerlijke paleis op de Palatijn. Het werd in opdracht van keizer Tiberius gebouwd aan de westkant van de heuvel, op een uitgestrekt terrein tussen de Tempel van de Magna Mater en de hellingen van het Forum Romanum. Daarboven bevinden zich de 16de-eeuwse Farnese-tuinen, die de overblijfselen van de residentie van keizer Tiberius (14-37 n.Chr.) bedekken.

Het bouwwerk van 150 m lang, 120 m breed en meer dan 20 m hoog, was de favoriete residentie van de Antonijnse keizers, met een bibliotheek en de keizerlijke archieven, die tijdens de regering van keizer Commodus (176-192 n.Chr.) afbrandden.

Binnen was het onder andere versierd met fresco’s, mozaïekvloeren, kostbare portalen, marmeren balkons en zuilen. In de tuinen eromheen waren beelden, fonteinen, terrassen, bloemperken en bomen te vinden.

De residentie werd vervolgens uitgebreid door Caligula, die het richtte op het Forum Romanum, voltooid door keizer Nero en later gerestaureerd door Domitianus. Van het centrale deel is alleen een grote peristilium (een open binnenhof met tuin, omgeven door een colonnade) bewaard gebleven, omringd door kamers. Van de zuidzijde, gericht op de tempel en het Huis van Livia, zijn 18 rechthoekige kamers overgebleven, geheel gebouwd van baksteen met gewelfde plafonds.

Paleis van Domitianus

Het paleis van Domitianus was het belangrijkste keizerlijke complex op de Palatijn. Het verving verschillende oudere gebouwen van de Republikeinse tot de Neronische tijd, waarvan ondergrondse overblijfselen als bewijs zijn gevonden.

Het gebouw bestaat uit drie delen:

  • De Domus Augustana: de privéwoning van de keizer;
  • De Domus Flavia: het openbare gedeelte van het paleis waar ambassadeurs, generaals en andere staatshoofden vergaderden;
  • Het Palatijns Stadium: het privé stadion van de keizer dat werd gebruikt voor recreatieve doeleinden.

Voor het eerst bracht één complex alle functies en behoeften van het politieke leven van de Staat, op een georganiseerde en efficiënte manier samen.

Domus Augustana

Zoals hierboven genoemd, was het Huis van Augustus het privé-gedeelte van het paleis van Domitianus. Net als het Flavisch Paleis werd het gebouwd in de regeerperiode van Domitianus (in 85 n.Chr.).

De Domus Augustana bestaat uit een oostelijke vleugel met een ontvangstzaal en basiliek, residentiële vertrekken en een keizerlijk badhuis. Het was de privé-residentie van de keizer, “de Augustus”, niet die van keizer Augustus.

Later was het ook de residentie en werkplek van de hoogste ambtenaren, tot de Byzantijnse periode. Het was een prachtig gebouw, versierd met marmer en fonteinen, standbeelden, tuinen, tempels en prachtig gedecoreerde vertrekken.

Domus Flavia

Zoals eerder vermeld, was de westelijke vleugel van Domitianus’ paleis, de Domus Flavia, de openbare ruimte waar de keizer belangrijke personen en politici kon ontvangen.

Het was een vrijwel zelfstandig rechthoekig blok, dat zich langs de gehele voorzijde naar buiten toe naar het noorden uitstrekte en slechts door middel van secundaire deuren met de binnenste peristilium in verbinding stond.

De rechthoekige peristilium was de portico die de tuin of de binnenplaats in het centrum van het huis omsloot, gebouwd met Korinthische zuilen van kostbaar antiek geel marmer. In het midden van dit bouwwerk stond een mooie sierfontein, eveneens achthoekig van vorm.

Een belangrijk onderdeel van deze vleugel waren de staatswoningen, gerangschikt in een terras. Daarachter, bevonden zich twee grandioze zalen: aan de noordzijde de zaal die bekend staat als de Aula Regia, terwijl zich aan de zuidzijde de keizerlijke eetzaal bevond.

De eerste stond in verbinding met de peristilium door middel van twee deuren, waartussen zich een apsis in de vorm van een boog bevond, met in het midden de troon van de keizer. Vanuit deze plek ontving hij de hulde van allen die hem kwamen bezoeken. De Aula Regia werd gebouwd in opdracht van Nero en daarna opnieuw ontworpen en voltooid onder de Flaviërs.

Palatijns stadion

Het Palatijns stadion (of Hippodroom van Domitianus) was, zoals eerder vermeld, het derde en laatste deel van het paleis van Domitianus dat werd gebouwd door de architect Rabiro.

Het stadion omsloot de oostzijde van de Domus Augustana volledig, over een lengte van ongeveer 88 meter. Het was een circusvormig bouwwerk, een langgerekte rechthoek van ongeveer 160 bij 48 meter. In het midden stond een vierkant altaar dat de 12 belangrijkste goden van de Olympus voorstelde.

De omtrek had een portiek van twee verdiepingen, bestaande uit bakstenen zuilen bedekt met marmer op het onderste niveau en marmeren zuilen op het bovenste niveau. Aan de oostzijde bevond zich in het midden een tribune in de vorm van een halve cirkel op het bovenste niveau van de portiek.

Domitianus, die niet tevreden was met een keizerlijke tribune in het Circus Maximus, wilde blijkbaar ook zijn eigen stadion bouwen voor privé-gebruik. Alleen keizerlijke familie en haar gasten mochten er komen.

Het gebruik ervan is nog onduidelijk, misschien werd het gebruikt als hippodroom voor wagenrennen, of voor ritten van de keizer. Ongetwijfeld werd het gebruikt voor recreatieve doeleinden, voor voorstellingen en als een wandeltuin ter ontspanning.

Aula Isiaca

Dit is een ondergrondse ruimte onder de zogenaamde basilica-auditorium van de Domus Flavia. De in de 18e eeuw ontdekte zaal moet deel hebben uitgemaakt van een complex dat zich uitstrekte over de helling van de heuvel, zoals blijkt uit latere vondsten die andere structuren aan het licht brachten die verbonden waren met de woning.

De kamer was die van een republikeins huis, ingericht aan het begin van het keizerrijk in de Augusteïsche periode, tussen 30 en 25 v.Chr. met schilderingen van een geavanceerde stijl. De oorspronkelijke muren waar de Opus reticulatum techniek op was toegepast, dateren uit de 1ste eeuw v.Chr. Verder waren de vloeren versierd met mozaïek.

In de tweede helft van de 1e eeuw v. Chr. werd aan de oostzijde een apsis met schilderingen van onderwerpen gerelateerd aan Isis aangebracht en daarboven een fries met Egyptische uraeus (de symbolische cobraslang). De naam van de zaal is uiteindelijk ontleend aan de talrijke onderwerpen die verband houden met de Egyptische cultussen van Isis en Serapis.

Het bouwwerk werd verlaten in de Neronische periode, rond het midden van de 1e eeuw n.Chr., toen op de plaats een waterreservoir werd gebouwd, waarschijnlijk in opdracht van Marcus Antonius.

Huis van de Griffioenen

Onder de noordelijke vleugel van het paleis van Domitianus, werden de overblijfselen gevonden van een republikeinse domus, het Huis van de Griffioenen. Deze naam is afgeleid van een stucwerk van twee griffioenen dat zich boven een van de doorgangen tussen twee vertrekken van het complex bevindt.

Het gebouw is opgetrokken in opus incertum (een mozaïek-vormige bouwtechniek toegepast op muren), met verbouwingen in opus reticulatum (een verfijning van opus incertum), met schitterende schilderingen die dateren tussen het einde van de 2e en het begin van de 1e eeuw v.Chr. (ook al is het huis ouder).

Ondanks dat de residentie werd onderbroken door de fundamenten van de paleizen van Nero en Domitianus en er daarom tegenwoordig nog maar een deel van te zien is, is dit het best bewaarde voorbeeld van een residentie uit het Republikeinse tijdperk in Rome.

Het huis was samengesteld uit kamers die op twee niveaus waren gebouwd; van de begane grond, resteert slechts het teken van een atrium. De eigenaar van de riante residentie is onzeker, hoewel de bronnen spreken van rijke aristocraten uit de Republikeinse tijd.

Domus Severiana

De naam Domus Severiana of Casa Severiana verwijst naar een uitbreiding van de Domus Augustana, gebouwd tussen het einde van de 2e en het begin van de 3e eeuw door Septimius Severus. Het prachtige bouwwerk staat aan de zuidkant van de Palatijn en helaas zijn er vandaag alleen nog bakstenen bouwsels van over, ontdaan van alle versieringen.

Vanaf het stadion kunnen we de overgebleven bogen zien van de Domus Severiana, waar Septimius Severus de baden van Domitianus renoveerde en een groot terras bouwde met een keizerlijke loge, van waaruit men kon genieten van het schouwspel van de wedstrijden die beneden in het Circus Maximus werden gehouden.

De overblijfselen van dit gebouw zijn alleen zichtbaar als ondergrondse draagconstructies, met een dubbele orde van gewelven met bogen ondersteund door bakstenen pilaren. Deze architectonische prestatie maakte het mogelijk een kunstmatig vlak te creëren dat de oppervlakte van de Palatijn verlengde, die tegen die tijd volledig door de andere paleizen was ingenomen.

De Thermen van Septimius Severus, die zich aan de oostzijde van de Palatijn Stadion bevindt, schijnt uit de tijd van Domitianus te dateren. In feite wilde hij het keizerlijk paleis voorzien van eigen baden, zoals blijkt uit de tussenliggende vertrekken, waarvan de meeste nog steeds zijn ingegraven.

De overblijfselen van baden, afvoersystemen en verwarmingssystemen die typisch zijn voor Romeinse baden zijn binnen nog zichtbaar; deze laten zien hoe waardevol en rijk de binneninrichting was, zoals blijkt uit de kapitelen en zuilen op de benedenverdieping.

Settizonio

Aan de zuidoostelijke kant van de heuvel, met uitzicht op de beroemde Via Appia Antica, stond het beroemde Settinozio, gebouwd in opdracht van keizer Septimius Severus.

Het is een majestueuze nymphaeumgevel met zuilen die zich op verschillende niveaus verheffen, en werd gebouwd met het doel allen die langs de Via Appia naar Rome kwamen, te verwonderen.

Het monument was bedoeld als een schilderachtige toegang tot het paleis, een monumentale waterstructuur, waarin standbeelden van de zeven planetaire godheden Saturnus, Zon, Maan, Mars, Mercurius, Jupiter en Venus stonden.

Helaas was de Settizonio aan het einde van de 8e eeuw al vervallen, nadat het was omgebouwd tot een middeleeuwse vesting. Nadat het centrale deel was ingestort, werden de overgebleven ruïnes onderdeel van het Frangipane systeem van verdedigingswerken.

Het majestueuze gebouw werd in de 16e eeuw met de grond gelijk gemaakt op aandringen van paus Sixtus V, die besloot het hier gestolen materiaal te gebruiken voor de bouw van verschillende werken, waaronder de kapel in de kerk van Santa Maria Maggiore en het Palazzo della Cancelleria.

Misschien ben je ook geïnteresseerd in...

Introductie
Gebouwen en monumenten