De Domus Aurea

Korte geschiedenis

Toen Nero zeventien jaar was, werd hij in 54 n.Chr. keizer van Rome. Hij was jong, onervaren en kleurde maar al te graag buiten de lijnen.

Nero deed bijvoorbeeld aan toneel en hield van dichten, zingen en muziek maken. Als zanger trad hij op zeker moment ook op in het openbaar. Ondanks dat dit niet passend was voor een keizer, liet hij zich niet tegenhouden. Hij stond bekend om zijn uitbundige en ongeremde levensstijl, wat duidelijk naar voren komt in het Gouden Huis.

De opkomst van het Gouden Huis

In de eerste jaren van zijn bewind liet Nero de Domus Transitoria bouwen. Dit deel van het keizerlijk paleis moest het gebied op de Palatijnse heuvel verbinden met de keizerlijke tuinen van Maecenas op de Esquilijnse heuvel.

Nadat de Domus Transitoria in de Grote Brand was verwoest, liet Nero de Domus Aurea (het Gouden Huis) bouwen. De bouw van het paleis begon na de brand in 64 n. Chr. en werd pas voltooid in 68 n.Chr. toen keizer Nero zichzelf van het leven beroofde.

Latere keizers herbouwden het enorme complex en gebruikten het als basis voor andere projecten, zoals de bouw van de Thermen van Trajanus.

Zó zou het Gouden Huis eruit hebben gezien

Er wordt gezegd dat Nero geïnspireerd was door de pracht van de villa’s in Campanië en dat het zijn doel was het grootste en mooiste paleis van het rijk te bouwen.

Zijn ostentatieve levensstijl staat in vele historische geschriften beschreven. Het Gouden Huis zou zijn decadente smaak en behoefte aan luxe hebben weerspiegeld. Nero ontwierp het uitsluitend voor zijn vermaak en vernoemde het naar de gevel, die met marmer en bladgoud was versierd.

Suetonius (Gaius Suetonius Tranquillus, een Romeinse schrijver en bestuurder) beschreef het paleis als volgt:

In de hal van het Gouden Huis stond een kolossaal standbeeld van Nero van ruim 35 meter hoog. Het hele complex was zó enorm dat het drie zuilengangen van 1,6 km lang bezat.

Er was een kunstmatig meer bijna zo groot als de zee, omringd door huizen zo groot als steden. Daarnaast waren er landhuizen met akkers, wijngaarden, pleinen, weiden en bossen vol wilde en tamme dieren van alle soorten.

Sommige delen van het huis waren geheel verguld en versierd met goud, edelstenen en schelpen. In de eetzalen waren beweegbare plafonds van ivoor, waardoor men bloemen naar beneden kon gooien en parfum kon verspreiden. De koepel bewoog zich voortdurend bij dag en bij nacht, zoals het heelal. De baden in deze ruimte werden gevuld met zee- en zwavelwater.

Toen Nero het huis inwijdde, sprak hij zijn grote tevredenheid uit en zei dat hij nu eindelijk in een huis woonde dat een man waardig was”.

Indrukwekkende grootte en unieke architectuur

Volgens Elisabetta Segala, auteur van het boek “Domus Aurea” dat in 2005 verscheen, zou het complex een uiting van macht zijn geweest, aangezien Nero naar een monarchie streefde. Dit is zeer waarschijnlijk, want het gehele gebouwencomplex strekte zich uit over een oppervlakte waarop het imposante gebouw van het Colosseum 25 maal zou hebben gepast.

Het enorme complex had minder weg van een stadspaleis en meer van een uitgestrekt landgoed. Het Gouden Huis zou meer dan 300 kamers hebben gehad, die waren ingericht met kostbaar ivoor, sierlijke mozaïeken, fresco’s en grote fonteinen.

Tot de architectonisch meest spectaculaire aspecten van het gebouw behoorden twee eetzalen die een achthoekige zaal vormden en het middelpunt van het uitgestrekte complex was.

Volgens oude geschriften had het koepelvormige plafond beweegbare elementen om zo bloemen en parfum op de gasten te laten neerdalen. Dit is echter niet archeologisch bewezen.

Ligging van het Gouden Huis

Op grond van geschriften van de Romeinse historicus Tacitus is bekend dat keizer Nero zijn paleis liet bouwen op een gebied van ongeveer 80 hectare groot, dat zich uitstrekte over de Palatijnheuvel, de hele vallei van wat nu het Colosseum is en delen van de omliggende heuvels van Caelio en Esquiline.

De huidige overblijfselen van Nero’s Gouden Huis, liggen nu al bijna 2000 jaar begraven onder de Oppius Heuvel. De ingang tot de ondergrondse ruïnes van de Domus Aurea ligt ongeveer 300 m ten noordoosten van het Colosseum (5 minuten lopen).

Het einde van de Domus Aurea

Nero had slechts vier jaar lang aan de bouw van zijn paleis gewerkt, voor zijn keizertijd ten einde kwam. Hij werd door de Senaat tot staatsvijand verklaard en vluchtte tot hij in juni 68 n. Chr. stierf.

De basis van de Domus Aurea werd dus in relatief korte tijd gebouwd en werd slechts voor een beperkte periode door Nero gebruikt. Nero’s opvolger Otho voltooide het paleis. Maar de volgende keizers Vespasianus, Titus en Trajanus lieten delen van Nero’s paleis afbreken om eigen paleizen op deze plek te laten construeren.

Hoe het Colosseum zijn naam kreeg

In 72 n.Chr. liet keizer Vespasianus het Colosseum bouwen op de plaats van het kunstmatige meer. Volgens de legende had het paleis aan de kant van het Romeins Forum een indrukwekkende ingang met een zuilengalerij. Hier stond het enorme standbeeld van Nero van ruim 35 meter hoog.

Vandaag de dag staan daar de ruïnes van het Colosseum, waarvan de naam te danken is aan dit “kolossale” standbeeld van Nero.

Thermen van Trajanus

In 104 n.Chr. brak er brand uit in het residentie gebouw van het paleis, die deze flink beschadigde. De toenmalige keizer Trajanus gaf toen opdracht tot de bouw van de Thermen van Trajanus. Alles van waarde werd verwijderd uit Nero’s prachtige Gouden Huis en het werd de basis van de monumentale baden.

De bovenverdieping van de Domus Aurea werd afgebroken en de benedenverdieping werd versterkt met muren. De kelder werd opgevuld met aarde, waardoor hij tot op de dag van vandaag uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. Zo ontstond een reeks ondergrondse kamers met tongewelven, die vandaag verborgen liggen onder de aarde van de heuvel.

De herontdekking van de Domus Aurea: een inspiratiebron voor de Renaissance

Het duurde slechts veertig jaar voordat de Domus Aurea volledig was bedolven onder nieuw opgetrokken gebouwen. In de eeuwen daarna raakte het paleis van Nero in de vergetelheid en het werd pas in de 15e eeuw herontdekt.

In de tijd van de Renaissance werden bij toeval kamers en gangen gevonden onder de baden van Trajanus. De herontdekking van het keizerlijk paleis was voor kunstenaars als Michelangelo, Ghirlandaio, Giulio Romano, Pinturicchio en Rafaël aanleiding om in de gewelven af te dalen en de muren met fakkels te verlichten.

Zij bestudeerden de oude muurschilderingen, fresco’s en decoraties ter inspiratie. Hun handtekeningen op sommige plaatsen op de muren verraden dat ze zelfs fresco’s hebben gekopieerd.

Zo ontstond de “groteske” schilderkunst van de Renaissance, een 16e eeuws genre dat de historische motieven van de Romeinse wanddecoratie herinterpreteert. Het is gebaseerd op de zogenaamde grotesken of wandversieringen waarop mensen, planten, dieren en mythische wezens te zien zijn.

Hervatting van de opgravingen

Pas aan het einde van de 18e eeuw vonden verdere opgravingen plaats. Er wordt gezegd dat geleerden weer geïnteresseerd raakten in het groteske nadat de fresco’s van Pompeii waren gevonden.

In de jaren daarna, tot het midden van de 19e eeuw, werden ongeveer vijftig vertrekken van de Domus Aurea ontruimd. Vervolgens werd aan het begin van de 20e eeuw het park Colle Oppio aangelegd, met daarin de ruïnes van Thermen van Trajanus.

In de jaren 1950 werden de opgravingen van de Domus Aurea hervat. Pas in de 21e eeuw werden enkele van de zalen zodanig gerestaureerd dat zij konden worden opengesteld voor bezoekers. De omvangrijke en kostbare opgravingen en herstelwerkzaamheden aan wat er van Nero’s paleis is overgebleven, zijn nog lang niet voltooid en gaan tot op de dag van vandaag door.

De huidige staat van het Gouden Huis

Van het oorspronkelijke gebouw resteert vandaag nog ongeveer 20% op de Oppius Heuvel. Het huis werd bewoond tot het in 104 n.Chr. door een brand werd verwoest. Hierna werden de resten in de funderingen van de Thermen van Trajanus geïntegreerd en gedeeltelijk opgevuld met vulmateriaal. Zo zijn vele kamers ondergronds bewaard gebleven.

Hoewel puin en vochtige aarde vele muurfresco’s hebben vernield, heeft het zand de muren beschermd tegen vocht en ervoor gezorgd dat sommige kleuren van de groteske muurschilderingen in uitstekende staat bewaard zijn gebleven.

Na tientallen jaren van restauratie werden in 1999 enkele zalen van de Domus Aurea opengesteld voor bezoekers. Door de dramatische verslechtering en lastige instandhouding van het gebouw, werd deze een paar jaar later, in 2005, opnieuw gesloten. In 2010 stortte er bovendien een zuilengang in, waardoor om veiligheidsredenen de ruïnes lange tijd niet bezocht konden worden.

Sinds 2008 werkt het DAI Rome intensief aan de conservering van de zalen op uitnodiging van de Soprintendenza Archeologica di Roma (de Romeinse overheidsdienst voor oudheden) en de Università La Sapienza. In 2014 konden daarom delen van de zalen en fresco’s opnieuw worden opengesteld voor bezoekers.

Tegenwoordig kun je de oude architectuur en kunst van het paleis tijdens een rondleiding in een dertigtal vertrekken bewonderen. De ruïnes van de Thermen van Trajanus staan nog steeds boven deze zalen en worden vaak aangezien voor overblijfselen van de Domus Aurea.

Introductie
Korte geschiedenis